Schrif­te­lijke vragen Zaanse pas voor duur­huurders


Indiendatum: 13 feb. 2025

Schriftelijke vragen ex art. 51 RvO betreffende de Verordening Stadspas Zaanstad 2023

Geacht college,

De Zaanse Pas hebben we ingevoerd met de volgende overwegingen: we achten het het van wezenlijk belang dat eenieder kan participeren in de maatschappij,
ongeacht zijn financiële positie; we achten het van wezenlijk belang dat kinderen
zich door maatschappelijke participatie kunnen ontplooien en ontwikkelen en
daarin niet belemmerd worden door de financiële positie van hun ouders; en
Zaanstad wenst hieraan bij te dragen door het voeren van beleid, gericht op
inkomensondersteuning en bevordering van de maatschappelijke participatie en
kansengelijkheid.

We hebben daarbij vastgesteld dat om in aanmerking te komen voor de Zaanse Pas het inkomen niet hoger mag zijn dan 120% van de bijstandsnorm (tenzij een
schuldhulpverleningstraject loopt).

Er wordt geen rekening gehouden met vaste lasten, zoals een hoge huur. In een
ideale wereld is dat verdedigbaar: het gaat ten slotte om gemeenschapsgeld. Dat
we goed bekijken wie waar recht op heeft, is in die zin goed. Het punt is alleen dat Zaanstad niet in staat is om voldoende sociale huurwoningen te realiseren,
waardoor veel mensen in een vrijesectorhuurwoning zitten terwijl ze dat niet kunnen betalen. Het netto besteedbaar inkomen kan daardoor buiten iemands schuld veel lager uitvallen dan iemand met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm, waardoor kinderen niet mee kunnen doen en er toch geen recht is op de Zaanse Pas. Volgens de Partij voor de Dieren is dat nou net niet de bedoeling van de verordening.

1. Is het college dat met ons eens?
2. Is het college bereid om de verordening zo te wijzigen dat de huur meeweegt bij het bepalen van het recht op de Zaanse Pas?
3. Is het college bereid om tot die tijd bij de beoordeling van aanvragen voor de Zaanse Pas actief gebruik te maken van de hardheidsclausule en de huur mee te
wegen bij het bepalen van het netto besteedbaar inkomen?
4. Zijn er nog andere regelingen voor mensen met een laag (netto besteedbaar)
inkomen die (mogelijk) herziening verdienen? Welke zijn dat, en wat gaat het
college daarmee doen?

Stella Pieterson
Partij voor de Dieren

Indiendatum: 13 feb. 2025
Antwoorddatum: 18 mrt. 2025

De gestelde vragen beantwoorden wij als volgt:

Vraag 1. Is het college dat met ons eens?

U stelt in uw inleiding het volgende:

“Er wordt geen rekening gehouden met vaste lasten, zoals een hoge huur. In een ideale wereld is dat verdedigbaar: het gaat ten slotte om gemeenschapsgeld. Dat we goed bekijken wie waar recht op heeft, is in die zin goed. Het punt is alleen dat Zaanstad niet in staat is om voldoende sociale huurwoningen te realiseren, waardoor veel mensen in een vrijesectorhuurwoning zitten terwijl ze dat niet kunnen betalen. Het netto besteedbaar inkomen kan daardoor buiten iemands schuld veel lager uitvallen dan iemand met een inkomen tot 120% van de bijstandsnorm, waardoor kinderen niet mee kunnen doen en er toch geen recht is op de Zaanse Pas. Volgens de Partij voor de Dieren is dat nou net niet de bedoeling van de verordening”.

Het college is het met u eens dat het netto besteedbaar inkomen van een inwoner lager kan zijn dan 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm en iemand desondanks geen recht heeft op de gratis ZaansePas en Meedoen Zaanstad. Dit komt doordat in de door de Raad vastgestelde verordening stadspas Zaanstad 2023, is vastgelegd dat de beoordeling van het recht op de ZaansePas en Meedoen Zaanstad is gebaseerd op de hoogte van iemands inkomen (120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm) en niet op iemands besteedbaar inkomen.

Vraag 2. Is het college bereid om de verordening zo te wijzigen dat de huur meeweegt bij het bepalen van het recht op de Zaanse Pas?
Door de hoogte van iemands huur mee te nemen in de beoordeling of iemand recht heeft op de ZaansePas, wordt er feitelijk gekeken naar iemands besteedbaar inkomen. Om dit te kunnen doen zijn er vooraf een aantal vragen uit te werken en voor te leggen aan uw raad waaronder in ieder geval:

a) Wil de raad geld vrijmaken in de begroting voor de extra kosten die dit met zich mee zal brengen? Het gaat hierbij om een open einde regeling waarbij we niet weten hoe groot de doelgroep is. Ook gaan de uitvoeringskosten omhoog en is er ambtelijke capaciteit nodig om dit op korte termijn verder te onderzoeken en uit te werken.

b) Welk bedrag van de huurkosten boven de sociale huurgrens moet worden meegenomen tot welke hoogte van het inkomen?

c) Moeten ook andere hoge vaste lasten hierin worden meegenomen zoals hoge energielasten? De vraag is ook of dit uit gelijkwaardigheidsbeginsel ten aanzien van besteedbaar inkomen niet sowieso zou moeten.

d) Met het meenemen van de hoogte van de huur bij de beoordeling, zal het niet meer mogelijk zijn de ZaansePas en Meedoen Zaanstad ambtshalve te verlengen. De vraag is of dit wenselijk is. Het is namelijk een belangrijk instrument om inwoners beter te bereiken.

Gemeente Wageningen is als eerste gemeente in Nederland per 1 januari begonnen met het ondersteunen van inwoners op basis van hun besteedbaar inkomen. Het college volgt deze ontwikkelingen. Tegelijk is de gemeente Zoetermeer onlangs tot de conclusie gekomen dat dit voornemen uit hun coalitieakkoord niet haalbaar is.

Vraag 3. Is het college bereid om tot die tijd bij de beoordeling van aanvragen voor de ZaansePas actief gebruik te maken van de hardheidsclausule en de huur mee te wegen bij het bepalen van het netto besteedbaar inkomen?
Dit is niet mogelijk omdat met het vaststellen van de verordening door de raad met daarin het inkomenscriterium van 120%, is besloten niet uit te gaan van besteedbaar inkomen. De inwoners die op basis van deze laatste systematiek in aanmerking zouden komen, zijn daarmee geen bijzondere gevallen. Het zou een hele groep betreffen, waarvoor een ander beleidsuitgangspunt dan vastgesteld in de verordening, zou worden toegepast. Hiervoor is de hardheidsclause niet bedoeld.

Vraag 4. Zijn er nog andere regelingen voor mensen met een laag (netto besteedbaar) inkomen die (mogelijk) herziening verdienen? Welke zijn dat, en wat gaat het college daarmee doen?
De beoordeling van het recht op bijzondere bijstand en de individuele inkomenstoeslag zijn eveneens op basis van de hoogte van het inkomen (110% van de betreffende bijstand) en niet op basis van het netto besteedbaar inkomen. Hiervoor gelden dezelfde kanttekeningen als hierboven genoemd bij de beantwoording van vraag 1 en vraag 2.